Wat is er dan precies, waar loop je tegenaan?
Misschien herken je dit moment. Je zit niet lekker in je vel, en je zit tegenover een hulpverlener, een arts, een leidinggevende, of gewoon tegenover iemand die het goed met je bedoelt. Die persoon vraagt: “Wat is er dan precies? Waar loop je tegenaan?” En je weet het niet. Of je weet het wel, maar zodra je het hardop zegt, klinkt het zo klein. “Ik heb stress over niks.” “Ik kan me moeilijk concentreren.” “Ik voel me niet lekker bij mezelf.” Je hoort jezelf praten en denkt: wie gaat dit nou serieus nemen? Ik neem het zelf niet eens serieus. Dan komt de gedachte die zo vertrouwd is: niemand begrijpt mij.
Dat niet-weten is geen toeval
Ik zie dit bij veel KOPP’ers die ik begeleid. Mensen die steeds weer vastlopen op hun werk, uitgeput raken, relaties zien stranden, en die op de vraag “waarom” geen overtuigend antwoord kunnen geven. Ik herinner me nog goed hoe frustrerend ik dat zelf vond toen ik in de twintig was. Als ik probeerde woorden te vinden, leidde dat eerder tot afstand dan tot begrip.
Dat je het niet kunt uitleggen, is geen gebrek aan reflectie of eerlijkheid. Het is precies wat je zou verwachten van iemand die is opgegroeid met een ouder met psychische en/of verslavingsproblemen.
Voor een kind dat in zo’n gezin opgroeit, is het van levensbelang om de omvang van de onveiligheid niet te hoeven overzien. Het zou te groot zijn, chronische paniek veroorzaken. Dus het zenuwstelsel zoekt een uitweg: de angst wegmaken. Dissociëren, bevriezen, ontkennen, wegredeneren. Het zijn de slimste noodoplossingen die een kind kan inzetten, en ze werken. Door de angst te verbannen naar het onderbewuste, kan het kind zich blijven ontwikkelen.
Maar ja… het vermogen om de realiteit te versluieren neem je ook mee naar je volwassen leven. Je zit tegenover iemand die je een vraag stelt, en je hele systeem spant samen om te doen wat het altijd deed. Het voorkomt dat je het beeld scherp krijgt.
Dat geeft, met name bij leidinggevenden of artsen, spanning en onbegrip.
Waar het vandaan komt
Voor wie het nog niet zo duidelijk op het netvlies heeft: opgroeien bij één of twee ouders met psychische en/of verslavingsproblematiek is bijna per definitie traumatiserend. Alleen als de problemen thuis volledig bespreekbaar zijn en er een stabiele andere volwassene is om je aan te hechten, is er kans dat het zonder trauma afloopt.
Veel mensen denken bij trauma aan één gruwelijke gebeurtenis, en ja, die zijn er bij KOPP’ers ook. De dag dat mama zich met de kinderen in de badkamer opsloot omdat papa in zijn psychose met een mes liep te zwaaien. De dag dat papa door de politie het huis uit werd gehaald voor een gedwongen opname. De ochtend dat je mama vond na een zelfmoordpoging, al dan niet geslaagd.
Minstens net zo ingrijpend is wat daaraan voorafging en wat erna kwam. De jaren van oplopende spanning, onderhuidse paniek, ruzie en crises die net bezworen werden. Het gezin dat na een crisis in de ban blijft van de angst voor een volgende. Een kind dat zo opgroeit, ontwikkelt een grondhouding van alertheid: altijd paraat, klaar om in de fight-flightstand te schieten. Deze vorm van overleven kost enorm veel energie. Daarom is vermoeidheid of uitputting zo’n veelvoorkomende klacht. En het geldt ook als het vroeger níet tot dramatische incidenten kwam. Chronisch hoge alertheid en stress bij een opgroeiend kind is op zichzelf al traumatiserend.
Carolien Roodvoets noemde dit ooit in haar boek Niemandskinderen “opgroeien in privé-oorlogsgebied”. Dat beeld vind ik heel kloppend. En bij oorlogskinderen begrijpen we allemaal: je kunt het kind wel uit de oorlog halen, maar hoe haal je de oorlog uit het kind? Die blijft meelopen tot je er iets mee doet.
De puzzel is nog niet gelegd
De tragiek zit hem erin dat juist het belangrijkste kenmerk van trauma (verbanning van de kennis naar het onderbewuste) maakt dat je niet overtuigend kunt overbrengen waar je mee kampt. Je kunt niet goed uitleggen wat je niet bewust beschikbaar hebt. Je kunt niet gaan staan voor iets wat je vanbinnen, uit pure noodzaak, nog ontkent.
Het is alsof je doof begint te worden en de bedrijfsarts je vraagt waar je last van hebt. Je antwoordt niet, omdat je de vraag niet hoort. En dat die dan concludeert dat je dus nergens last van hebt.
Dat jij het niet goed kunt zeggen, is geen bewijs dat er niets is. Het is een van de duidelijker aanwijzingen dat er wél iets is.
Als volwassene krijg je stukjes van je puzzel aangereikt in al die rariteiten waar je mee kampt. Stress vanwege de verwachtingen van anderen? Angst voor harde stemmen? Een grote afkeer van klefheid? Of juist een grote hunkering naar nabijheid? Een plotseling opkomende, razende woede, steeds bij die ene collega? Allemaal aanwijzingen. Als je moedig en nieuwsgierig genoeg bent, kun je beginnen met het leggen van de puzzel, stukje voor stukje. Pas als die puzzel er ligt, krijg je een helder beeld dat je kunt omzetten in overtuigende woorden. De meesten van ons doen daar een heel leven over. En veel KOPP’ers beginnen er nooit aan, omdat ze niet eens weten dat er een puzzel ligt.
Niet-weten is oké
Je hoeft vandaag niet het hele verhaal te kunnen vertellen. Je hoeft niet te weten wat er precies mis is, of waar het vandaan komt. Maar misschien helpt het om dit in gedachten te houden:
Als het je niet lukt om te zeggen wat je dwarszit, ben je niet onbetrouwbaar. Er is dan iets dat jou beschermt. Het is een systeem dat ooit heel goed zijn werk deed.
Als je je bij die ander niet veilig genoeg voelt, kun je misschien de vraag “wat is er dan precies?” wel voor jezelf beantwoorden met wat je op dát moment voelt. Eén puzzelstukje tegelijk. En je vervolgens afvragen: wat heb ik nu nodig?
Vind jij het ook moeilijk?
Vind je het moeilijk om uit te leggen wat je voelt of waar je tegenaan loopt? Ook daarmee kun je bij een therapeut terecht. Samen kun je onderzoeken wat er speelt, in jouw tempo.
Wat betekent KOPP?
KOPP staat voor kinderen van ouders met psychische problemen. Ook als je volwassen bent, kun je gevolgen ervaren van het opgroeien in zo’n gezin. Voor kinderen van ouders met verslavingsproblemen wordt de afkorting KOV gebruikt.
Ook als je volwassen bent, kun je gevolgen ervaren van het opgroeien in zo’n gezin. Voor kinderen van ouders met verslavingsproblemen wordt de afkorting KOV gebruikt.
Daar kunnen verschillende redenen voor zijn. Misschien was er vroeger weinig ruimte voor jouw gevoelens of leerde je vooral rekening te houden met anderen. Het kan dan lastig zijn om te herkennen en te vertellen wat je zelf ervaart en nodig hebt
Ja. Ook langdurige spanning, onvoorspelbaarheid of het ontbreken van steun kunnen invloed hebben. Je hoeft geen dramatische gebeurtenis te hebben meegemaakt om aandacht te mogen besteden aan wat je moeilijk vindt.
Lees meer inspirerende artikelen
Bindingsangst: je wilt wel dichtbij komen, maar toch ook weer weg
Saskia Marina
Intake consultant
Een onweerstaanbaar therapeut profiel schrijven: zo trek je de juiste cliënten aan
Vind een therapeut It's Just Therapy
It's Just Therapy - vind een therapeut
Psychodynamische therapie, wat is het en voor wie is het geschikt?
Dicky Wouterse
Psychodynamisch therapeut